Louterend Toeval

Bovenaan het strand kijkt een moeder met wandelwagen en rondkruipende peuter zoekend om zich heen. Haar blik vangt direct de mijne. “Sorry, ik wordt geroepen door iets anders,” fluister ik mijn gezelschap toe. Anne en ik hebben een middag heerlijk genoten op één van de Waalstranden. Dichtbij een baken op de rivierarmen waar met koeienletters in roze “Lief zijn” is gespoten.

Daarom houd ik zo van Nijmegen. Dit is de stad waar eigenzinnigheid en saamhorigheid hoogtij viert, prachtig geïllustreerd door liefdevolle graffiti. In ons Nijmegen stellen we ons de vraag: “willen we meer of minder Liefde?” Het antwoord staat geschreven op de talloze verloren muren, elektriciteitskastjes en verborgen hoekjes. Het is de stad waar je een raketijsje kan verdienen als je alle verstopte kaboutertjes genaamd Wally kan traceren. Het is de stad met het meest progressieve en solidaire college van burgemeester en wethouders. In Nijmegen bouwen we pas écht bruggen zoals de Oversteek en krijgt initiatief van onderop alle ruimte, zoals bij het Honigcomplex, de voormalige soepfabriek. 

We zijn gevlucht voor het naderende onweer. Op mijn verzoek. Ik ben bang van bliksem en donder. Ja, dat durf ik gerust hier te zeggen. Eens las ik een artikel dat de kans groter is om getroffen te worden door de bliksem dan de hoofdprijs in de staatsloterij te winnen. “Man dodelijk getroffen door onweer,” las ik diezelfde week in de Gelderlander. Sindsdien gaan mijn knietjes beven bij bliksemschichten. Dus toen donkere wolken zich samenbalden boven onze hoofden, zijn Anne en ik verkast richting het strandje onder de Waalbrug, waar mijn aandacht werd gegrepen door deze moeder met haar wandelwagen.

“Kunnen we iets voor u betekenen?” Dat bleek zo te zijn. Moeder Silvia had een dag heerlijk met haar dochtertje van 2 doorgebracht aan het strandje, maar nu was het drinken op. Of we wat water of vruchtensap over hadden. Geen probleem. Terwijl Anne een gesprek aanknoopte met moeder Silvia over zingeving en spiritualiteit, probeerde ik contact te leggen met het meiske van twee.

Een dotje. En heerlijk kinds. Alsof een astronaut voor het eerst op Mars was geland, zo zag de kleine Sophie het strand en het water. Het losse zand dat tussen de vingers doorglipt, de voetafdruk die je kan achterlaten in de natte grond, de bal die niet meer stuitert en ineens stil blijft liggen. Ineens voelde ik het kind in mezelf naar boven komen. Sophie was in eerste instantie een beetje schuchter; een hele gezonde reactie. Maar langzaamaan kregen we dikke schik met elkaar. We gingen zand overgooien, net doen alsof onze voet of hand door het strand was opgegeten, hoog gooien met de blauwe bal en ver duiken om hem te pakken. Dikke pret en tot mijn verrassing had ik de tijd van mijn leven. Om weer te kunnen voelen hoe het is om onbevangen in het leven te staan, te genieten van het hier en nu, de complexiteit en grote-mensen dingen volledig los te laten en gewoon te lachen. Sophie’s choice; ik werd er blij van. Moeders stond perplex. “Normaal maakt ze nooit zulk intiem contact met een vreemde, dit is echt bijzonder!”

Het water had een grote aantrekkingskracht op Sophie. Samen liepen we richting het water, haar knuistje geklemd om mijn pink; zodat haar ganzepas enigszins stabiel bleef. We renden weg van de golven die binnenvaartschepen opwierpen, maar genoten van de watertinteling aan de tenen. Toen er echt een hele grote golf kwam, heb ik haar opgepakt en naar moeder gebracht. Sophie vond het allemaal dikke prima. Tot zover een leuke middag met dito ontmoeting, and that’s it. Later bleek dat Sophie op exact dezelfde dag als ik was geboren, 2 november. Beiden Schorpioen, met als element water. 

Gewoon toeval van 1 op 365 zouden de wiskundigen onder ons beweren. Ware het niet dat ik frappant veel van dit soort gebeurtenissen de laatste tijd meemaak, die – zeker naarmate men verder associeert – te bizar lijken om aan het toeval overgelaten te worden. De eerste maal dat ik aan het fenomeen “toeval” begon te twijfelen, was bij de uitvaart van mijn moeder. Na wat heen en weer gezoek, kwamen mijn grootouders uit bij Augustijns Centrum de Boskapel om de uitvaartplechtigheid te houden. De dienstdoende pater bleek een oude bekende van de familie in Tilburg. Goh. Toevallig.

De laatste tijd interesseer ik me meer en meer voor filosofie en met name de oneindigheidsleer. Symbool daarvoor staat de omgekeerde 8 of lemniscaat. En laat nu net Dries van Agt (vat u hem?) één van mijn grootste inspiratiebronnen zijn…

En zo zijn er tal van ervaringen te noemen die de revue zijn gepasseerd, die ik niet louter aan het toeval wens toe te schrijven; onwaarschijnlijk als ze zijn. “Het heeft zo moeten zijn,” denk ik eerder. Niks is uit te sluiten, zeker toeval niet. Ik kan niet beweren dat achter alles een goddelijke bedoeling schuilgaat, maar het oneindige geloof in toeval is allang verlaten. 

Eenmaal kom je tot de conclusie. Toeval is een illusie.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s