Getormenteerd en getalenteerd

Veel mensen vragen zich af hoe het nou met mij gaat. Na het afronden van mijn bescheiden bijdrage bij de vorming van een nieuw stadsbestuur, werd via Facebook kenbaar gemaakt dat ik compleet was ingestort en hulp van mijn netwerk goed kon gebruiken. De overweldigende hoeveelheid aan reacties en de daadwerkelijke steun die ik de afgelopen tijd heb mogen ontvangen van dierbaren, vervullen mijn gemoed nog dagelijks met grote dankbaarheid. De hoogste tijd voor een update en enkele beschouwingen in retroperspectief.

De laatste maanden heb ik kennis gemaakt met het “stemmetje in mijn hoofd.” Nee, ik ben niet schizofreen of leidt aan waanbeelden; ik doel op het fenomeen dat we ook als zijnde intuïtie definiëren; of ‘luisteren naar je hart.’ Na een politieke bijpraatsessie met leden liep ik een maand geleden oververmoeid de Grote Straat naar beneden, hunkerend om in de nabijheid van de rivier te zijn. Bruggen, rivieren en oevers heb ik altijd al een schitterend beeld gevonden, zeker in de voorjaarszon. De Waalkade is een heerlijke plek om te dagdromen, te mijmeren of om met je geliefde te flaneren.

Mijn oogleden vielen zwaar over mijn irissen en mijn hersenpan kolkte volop. In korte tijd heb ik zoveel indrukken moeten verwerken. Ontmoetingen met zeer intelligente en creatieve geesten, simultaan schaken tijdens de coalitieonderhandelingen en het bestieren van alle andere activiteiten waar ik nauw bij betrokken ben. Zoals het lokale energiecollectief NovioVolta, het begeleiden van multiproblemgezinnen, het verspreiden van geluk via filmpjes en levensecht straattheater, de oprichting van een coöperatie in de 2e lijns begeleiding en ga zo maar door.

Mijn nek zat muurvast; letterlijk teveel op de schouders genomen. Een patroon dat zich al jarenlang zeer hardnekkig manifesteert in mijn leven. Als maatschappelijk werker weet ik vaak mezelf goed een spiegel voor te houden – en dan nog ga ik soms door. Totdat ik er zowat bij neerval. Weldra rust er dan zoveel hooi op de vork, dat de steel welhaast bezwijkt onder het gewicht. Ook tors ik een heftig verleden vol verdriet met me mee. Het verlies van mijn moeder en broertje die me onverwacht en definitief zijn ontvallen, houdt me iedere dag nog bezig. Ik geloof graag dat er nu twee engeltjes op mijn schouder zitten die over me waken. Maar o – wat kan ik ze op momenten enorm missen.

Het leven heeft mijn ziel getekend met littekens die betekenis hebben, figuurlijk getatoeëerd met ervaringen die ik me nog letterlijk voor de geest kan halen; kenmerkend voor een visueel ingestelde creatieveling. Tegelijkertijd lag mijn gevoelsleven behoorlijk overhoop. Ik had mezelf danig verwaarloosd en ook richting mijn dierbare vrienden en familie heb ik het regelmatig laten afweten, ben ik beloftes niet nagekomen. Wroeging, schaamte en spijt vochten om voorrang. Daarnaast  ben ik ook trots op mezelf dat ik in toenemende mate het positieve verschil kan maken en mijn talenten in razend tempo aan het ontwikkelen ben. Een paar jaar geleden was ik diep vanbinnen bang dat mijn ziel teveel littekenweefsel had verzameld en mijn hart zoveel scheuren had opgelopen, dat ik nooit meer onbezorgd gelukkig zou kunnen worden. Intensieve therapie heeft me van het tegendeel overtuigd en sindsdien kies ik er elke dag bewust voor ten volle te leven en er uit te halen wat er in zit.

In die intrinsieke wilsovertuiging schuilt de werkelijke kiem van mijn recente “burn-out,” zoals je het zou kunnen noemen. Alles willen meemaken, de hele wereld willen redden en de complexiteit van het hele bestaan willen overzien en bij benadering begrijpen, het is een ondoenlijke opgave voor elk persoon. Het is een kleine stap van “De Wereld Draait Door” naar “Louis draait door.” Eten en slapen vond ik maar tijdsverspilling. Liever ging ik nachten lang doorhalen om filmpjes te monteren, belangenorganisaties te bellen, mensen te helpen of ietsje gelukkiger te maken, nieuwe ondernemingen op te richten en te brainstormen met zielsverwanten.

Na de gemeenteraadsverkiezingen had ik mijn intrek genomen in de “West Wing” (hoe toepasselijk) van creatief centrum de Lindenberg, waar meerdere zelfstandige ondernemers een werkruimte delen. Combineer een impulsieve, creatieve alleskunner zonder interne rem met enorme dadendrang eens met de hectiek van verkiezingen en de druk van coalitieonderhandelingen en zie: een overkookte cocktail dat op exploderen staat.

Mijn eerste toevluchtsoord was de “Opoe Sientje” – een binnenvaartschip omgebouwd tot woonboot annex bed & breakfast annex jongerensoos. Havenondernemer Leon Berkers ving me op en stelde een hut op zijn boot ter beschikking om letterlijk te “crashen.” Mijn allerliefste en dierbare vriend Pascal kwam me die avond opzoeken.  Ik was helemaal op en dat was aan me te zien. Tijdens een intens confronterend gesprek prikten ze dwars door me heen. Overmand door emoties vluchtte ik naar mijn hut. In de moed der wanhoop gaf ik Pascal toegang tot mijn facebook. Na een mooie, bescheiden roep om hulp stond Ricky voor me klaar. Een andere dierbare vriend die ik in het verleden had mogen helpen en nu als eerste voor me klaar stond. Hij ging dichtbij me slapen om me een basaal gevoel van verbondenheid met het hier en nu te geven en ik nam een bad.

Om 2 uur werd zat ik ineens klaarwakker rechtop in bed. Op kousevoeten ben ik stiekem het schip afgegaan en me begeven richting de Ooijpolder. Op de wiebelbrug kwam ik twee jonge mensen tegen die net een lekker kamvuurtje hadden gestookt; daar leende deze warme lentenacht zich namelijk uitstekend voor. In 10 minuten heb ik ze met mijn sjaal de Zin van het Leven uitgelegd, de essentie van de oneindigheidsleer en de basale principes van “Ubuntu” – een humanistisch filosofische stroming uit Afrika. Volgens mij (maar pin me er niet op vast) was deze korte performance magistraal.

Een rij bomen en wat koeien verder, strandde ik op een verzameling jongemannen van mijn leeftijd. Het was Koningsnacht en hun wangen waren blauw – wit – rood geverfd. Hun oorspronkelijke plan was om in Nijmegen het uitgaansleven te verkennen maar al snel besloten ze een fikkie te stoken aan de oever van de rivier. We togen het bos in om hout te sprokkelen. Een geweldige ervaring, zo in het donker tussen de bomen zonder enkel oriëntatiepunt behalve je makkers die je net hebt ontmoet. Ik zal dat gevoel nooit vergeten.

Teruggekomen met een stuk of twintig bomen aan takken hebben we een geniaal vuur aangelegd. Toen bleek dat één van hen een dakloze jongen was, die ze toevallig waren tegengekomen. Samen waren we een bonte verzameling aan getormenteerde zielen; onze lijven verwarmend aan het vuur en het samenzijn. Ze rookten een pretsigaret (ik niet), we dronken een biertje en biechtten elkaar ons verleden op. Mishandeld door pa, zorgend voor een gehandicapte zus, het huis uitgeschopt door de stiefmoeder en dus moeder en broertje verloren; allemaal hadden we zo ons verlies genomen in het leven dat in al haar willekeur steeds moeilijker te begrijpen of te rechtvaardigen is. Hun mobiele nummers schreven ze met koningsdagschmink op mijn onderarmen. We hebben gedanst bij de zonsopgang, met de dakloze jongen als gelegenheidsplaatjesdraaier. “Op het leven” riepen we welgemeend wanneer onze glazen elkaar raakten onder de oranje gloed die scheen op de Waalbrug.

Hoe ik precies weer terug op de boot ben beland is me een raadsel. Rond 12 uur werd ik barstend van de koppijn wakker. De kater, de burn-out verschijnselen, het intense verdriet en gemis; alles kwam er in alle hevigheid uit. Ik heb letterlijk tegen de muren en het plafond gebonkt, gejankt, gekronkeld. Wat was ik blij dat ik een dergelijk intens emotioneel moment solitair en afgezonderd mocht ondergaan; het zal geen prettig gezicht zijn geweest.

Stiefelend over de achtersteven bereikte ik Sanne en fluisterde dat ik een dokter nodig had. Pascal kwam polshoogte nemen en wist wederom op geniale wijze de systeemwereld naar zijn hand te zetten. Een uurtje later kwam een arts met psychiatrisch verpleegkundige de kade op rijden en ik mocht ze ontvangen in mijn tijdelijke hut. De voorloper van de Nijmeegse psycholance, zeg maar. Tja, diagnosticeer maar eens een dergelijk geval. Natuurlijk was ook ik expert in het gezondheidswereld en het systeem van hulpverleners als gezinsregisseur. Het moet een bijzondere ervaring zijn geweest voor deze hulpverleners. Ik zie de jonge SPV-er nog verdwaasd om zich heen kijken in de schippershut, zich afvragend hoe hij in godsnaam zo’n zetting is beland om eerste hulp te verlenen. Voor hem ligt een persoonlijke brief aan oud minister-president van Agt, getooid met een waaier van Eigenwijsjes – kaartjes met positieve spreuken. Op de vestzak van mijn colbert prijkt een glinsterende vlinder-sticker; een symbolische manier om uit te drukken dat ik van hot naar her wil fladderen, geluk en wijsheid verspreidend. Het is een lieve arts, gelukkig – maar ze heeft net teveel woorden nodig om uit te leggen hoe het systeem werkt. Want dat weet ik al, dus saai! Een uitweg vind ik door een sigaretje te roken en Pascal handelt de rest af.

Het voelt verloren en ontheemd om zoveel eigen regie af te staan in korte tijd. Ik heb de touwtjes even niet meer in handen en dat maakt zenuwachtig, maar ook berustend. Kome wat komt; na al het geven mag ik ook eens wat ontvangen. Voor de nodige medicatie moet er nou eenmaal een labeltje op me geplakt worden. Terloops en halfbewust merk ik wel dat het etiketteren is aangevangen, maar ik heb er de kracht niet meer voor om zelf het proces zo te leiden dat het voor mij comfortabel aanvoelt. Uiteindelijk krijg ik een anti-psychoticum voorgeschreven. Mijn dierbare politieke mentor Noël pikt de medicijnen op en brengt ze naar het schip. Welk stickertje er op mijn voorhoofd geplakt kan worden, doet er eigenlijk niet toe. Het effect  is dat de prikkels in je hoofd worden gedempt en al snel blijk ik baat te hebben bij de medicatie.

Nog een ontdekking van de afgelopen periode: ik blijk hyper-sensitief te zijn. Het getik van een theelepeltje meters verderop kon er al voor zorgen dat ik de draad van het gesprek verloor. Emoties en spanningen bij mensen samen in één ruimte voel ik haarfijn aan. Sterker nog: daar ga ik direct op afstemmen in mijn contactlegging en communicatie, in de hoop een positief verschil te kunnen maken. U zal begrijpen dat dergelijke exercities veel van mijn vermogens vergen.

Bij mijn peetoom en tante ben ik verder tot rust gekomen. Ik genoot van het contact met mijn neef en petekind. Kinderen kunnen de wereld zo heerlijk decomplexiseren en met enkele rake opmerkingen terugbrengen tot een schitterende eenvoud. De strandwandelingen deden me ook goed, net als het contact met de hond Ronja. Huisdieren voelen zo goed aan hoe je je voelt; wat dat betreft zijn kinderen en huisdieren een ideale spiegel om je gemoedstoestand in terug te herkennen.

Later landde ik bij Pascal zelf; een heel fijn huis vol rust en nostalgie in het centrum van Nijmegen. Hoogtepuntje was het gastoptreden bij het radioprogramma “De Stem van de Stad” op N1. Het was én moederdag én de Dag van het Levenslied én de dag dat NEC haar laatste adem uitblies in de eredivisie voor dit jaar. Ingetogen zong ik “Verdronken Vlinder” van Boudewijn de Groot de ether in, mocht ik het coalitieakkoord duidden en vertellen over mijn nieuwe beroepen als geluksmakelaar en vrijetijds-filosoof. Of de uitreiking van de Vrede van Nijmegen-penning, gezeten achter Dries van Agt en naast de rector van mijn voormalige school het Stedelijk Gymnasium. En waar ik mocht kennismaken met de burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen en oud-minister Ben Bot. De ontmoeting met het kunstenaars / filosofieduo Adelheid en Huub Kortekaas staat me ook nog helder voor de geest. In mijn thuisstad Nijmegen zijn er zoveel indrukken om op te reageren; de onrustige vlinder in mij wilde weer los; juist nu ik aan het bijkomen was. Gelukkig voelde Pascal dit haarfijn aan en gaf hij me het sein om te vertrekken, de stad uit.

Zo kwam ik terecht bij mijn pleegmoeder Marian; één van de lieve mensen die me in het verleden een dak heeft geboden toen ik het nodig had. Een fijn onderkomen. De volgende stop werd het zalige landschap van de Kempen bij Moona en Soheil. Deze Iraanse vrienden heb ik in huis genomen toen ze daar het AZC en de IND op straat werden gezet. Nu wonen ze in het pittoreske Brabantse dorp Bladel en spreken ze inmiddels een aardig woordje Nederlands. Zelden heb ik me zo op mijn plek gevoeld. De cirkel is rond. Moona en Soheil kunnen nu op hun beurt wat voor mij betekenen. De natuur in al haar schoonheid is nabij. En ik kan me afsluiten en contact maken wanneer ik dat wil. Terloops help ik ze met het inburgeren in de Nederlandse taal en gebruiken, met een grapje en een grolletje hier en daar. Want humor is o zo belangrijk voor het broodnodige relativeringsvermogen en lichtvoetigheid.

Met pijn in het hart en tegelijkertijd een gevoel van opluchting en bevrijding heb ik afscheid genomen van enkele verplichtingen en activiteiten. Goed nagedacht heb ik over de tekst waarmee ik mijn voorlopige vertrek uit de lokale politiek heb bekendgemaakt. Energie heb ik nog gestoken in het maken van een afscheidsfilm voor de vertrekkend wethouder Jan van der Meer en het afsluiten van een multiproblem-gezin dat ik heb begeleid.

Bij een voetbalevenement kent Nederland opeens 16 miljoen bondscoaches. Zo werkt het ongeveer ook als je open bent over je psychische gesteldheid. Zeer goedbedoeld en welgemeend ontving ik opeens allerlei analyses en behandeladviezen van mensen dichtbij en veraf. Enerzijds voelt het enorm bevoorrecht om zoveel liefde en zorgen te ontvangen, anderzijds had en heb ik last van deze “bemoeienis.” Ik ken mijzelf als geen ander. Stukje bij beetje pak ik de draad van het leven weer op en neem ik de regie weer in eigen hand. Ik reis af en aan langs rustoorden bij vrienden, om dan weer in Nijmegen te zijn waar ik zakelijke en idealistische praktijken verder kan ontplooien. Om de week heb ik een goed gesprek met mijn huisarts, die goed een vinger aan de pols houdt. Het komt goed, dat zegt mijn innerlijke stem. Mijn intuïtie heeft me de afgelopen tijd veel gebracht. Nu durf ik te vertrouwen op dat stemmetje diep vanbinnen die me de weg wijst. Ik heb geleerd dat deze innerlijke stem meer aanwezig is dan ik dacht en me altijd de goede richting op stuurt met zachte hand.

De geluksmakelaar en vrijteijdsfilosoof Louis zal in 2014 nog regelmatig van zich laten horen. Deze ingelaste retraite gebruik ik ook om in alle rust mijn plannen en ondernemingen op idealistische leest geschoeid, verder vorm te geven. Ik laaf me aan de biografie van dhr. van Agt, die qua persoonlijkheid frappant veel op me lijkt. Maar toeval en tijd zijn slechts subjectieve werkelijkheden, die objectief gezien misschien niet eens bestaan. Ik geloof in elk geval dat elke ervaring in mijn leven een bedoeling heeft gehad, die zich later openbaart.

Over enkele ogenblikken zijn vallende sterren waar te nemen aan de hemel, vlak nadat ik dit blog heb geschreven. Natuurlijk wens ik iedereen alle wijsheid en geluk toe. Kijkend naar die vallende sterren hoop ik een hand van Marieke en Daniel te ontwaren; als teken dat ze nog met me meereizen in deze turbulente tijd. Ik hoop dat met de sterrenstof ook wijsheid neerdwarrelt; wat ons doet beseffen dat we zuinig moeten zijn op deze aarde, waar we slechts te gast zijn.

Ik wil ten diepste en ten volle dat ieder mens zichzelf kan zijn en geluk vindt. Volgens mij zijn we allemaal gelukszoekers en is dat wat ons als mensen met elkaar verbindt, hoe verschillend we ook zijn. Alleen op jezelf aangewezen zijn, daar wordt niemand gelukkig van. Je hebt elkaar nodig om je talenten te ontdekken, om opgevangen te worden als pech je mocht treffen, om te accepteren dat geen mens zonder gebreken blijft – en om te worden wie je bent en zoals je bent bedoelt. Een wereld waarin we durven te dromen, buiten gebaande paden durven te gaan en durven te delen. Samen kunnen we bouwen aan een toekomst waar iedereen zich thuis in mag voelen.

En voor mezelf bid ik vooral om natuur en liefde. Of zoals mijn huisarts het zegt: rust, regelmaat en reinheid. Die begrippen ben ik nu opnieuw aan het ontdekken en ik knap er zienderogen van op!

Ik heb inmiddels heel wat stenen verlegd in een rivier op aarde. Nu ben ik aan het leren om mezelf niet te vergeten. En die dakloze jongen? Die heeft inmiddels onderdak gevonden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s