Ontmoeting en Geluk

“Waarom lopen jullie met dat gele vraagteken rond?” Hennie geniet zichtbaar van de optredens op de Kaaij onder de Waalbrug en heeft wel zin in een gesprek met twee onbekenden. We stellen ons voor als “geluksmakelaars” en Hennie stort zijn hart uit. Over zijn zoektocht naar De Grote Liefde, zijn eerdere huwelijk en zijn visie op geluk. Ook Jenna spreekt ons aan vanachter haar Smootie-bar: “Geluk is voor iedereen weer wat anders,” zegt ze wijs en er ontstaat een filosoferend onderhoud over de zin van het leven. De feestgangers krijgen van ons een gelukwens van iemand anders die ze niet kennen en die ook op het festivalterrein rondloopt. Ook kunnen ze meedoen aan een “Quest” – waar de Index voor Bruto Nationaal Geluk verder wordt verhoogd. Zoals het langzaam volgen van een schildpad, of iemand opbellen om te vertellen hoezeer je diegene waardeert. Allemaal ontmoetingen op zielsniveau, waar mijn mede-geluksmakelaar Richard in uitblinkt. Hij improviseert er op los en maakt écht diep contact met zijn gesprekspartners.
“Dan kom ik met de gele vraagtekens naar Nijmegen toe met de vierdaagse!” Richard Schut stroomde over van enthousiasme. Deze vriend ken ik van het 48Hour Film Project, waar je in een weekend een korte film produceert met een team. Richard liep al een tijd rond met het idee op festivals te gaan staan met zijn gele vraagteken om zo ontmoetingen te laten ontstaan die er wezenlijk toe doen en iets bijdragen aan de geluksbeleving; onder de noemer “Te Power of Moo.” En onlangs heb ik mede de Beweging Nationaal Geluk opgericht; een Stichting van waaruit allerlei mooie projecten kunnen worden geïnitieerd die het welzijn van de medemens versterken. Opeens viel alles op zijn plek. Mooi om te zien hoe twee bewegingen los van elkaar samensmelten tot een coherente straatact.
Want ineens waren we dus een soort van straatartiesten. Twee ontmoetingen staan mij nog helder voor de geest. We stonden vlakbij de bar langs het rivierstrand en hadden ons vraagteken aan de lampenslinger gehangen. Een groep van vijf mensen spreekt ons aan. Wij lopen gewoon rond en wachten af totdat iemand de eerste stap zet en dit groepje was vol nieuwsgierigheid. Ze kozen voor de Quest “Groot Hart.” Een dame belde haar zus om te zeggen hoezeer ze waardeerde dat ze zichzelf kon zijn bij haar. “Verder alles wel ok?” Was de reactie. Blijkbaar is het ongebruikelijk om liefde te benoemen, te erkennen en te waarderen – het is wellicht te vanzelfsprekend geworden. Zelf betrap ik me er ook op dat ik te weinig tegen mijn familie en vrienden uitspreek hoezeer ik van ze houd en enorm respect heb voor het feit dat ze altijd voor me klaarstaan. Twee vrienden van dit groepje gingen tegenover elkaar staan, keken elkaar recht in de ogen en spraken naar elkaar toe uit hoezeer ze de ander waarderen en bewonderen. Magisch moment om te aanschouwen, zoiets.
Ook zijn we gestrand bij vier vriendinnen die aan de oever van de Waal genoten van een samenzijn. Er was wat te vieren, een vriendin had een baan gevonden. Maar een vriend erbij zou ook welkom zijn. Ze hebben een ballon geschreven met mooie wensen voor anderen, die we bij de Kaaij hebben opgehangen. Alle vier volgden ze braaf het tempo van hun schildpad “die je alleen ziet als je er in gelooft.” We hadden het over grote en kleine uitdagingen, zoals de verspilling van voedsel. Ook hier werden vrienden, zussen, broers en familie gebeld om te vertellen hoeveel diegene betekent voor de ander. En weer die verbazing: “hoeveel heb je gedronken?”
Het is de blik in de ogen van de feestgangers op dat moment; het sprankeltje in de ogen, de gulle lach, de omhelzing, die me raken. Deze ontmoetingen zijn stuk voor stuk pareltjes om in te lijsten. Geluk is een richting, een stip op de horizon waar we met zijn allen naar toe streven. Maar allemaal vullen we deze zoektocht op een unieke manier in. De waan van de dag, de druk van buitenaf, de individualistische mentaliteit en het tempo van de samenleving staan vaak het bewuste zoeken naar zingeving en geluk in de weg. En soms is geluk ook een kwestie van toeval, iets wat je overkomt.
Ik heb geleerd dat we meer met elkaar in verbinding staan dan we denken. Meestal leven we langs elkaar heen en vervolgen we onze eigen weg; en soms ontstaat er een fijne ontmoeting uit het schijnbare niets. Zoals de piano die op de Kaaij was neergezet, waar spontaan 30 mensen omheen zongen: Sing us a song for the pianoman.” Vaak is er vaak een collectief gebeuren voor nodig om contact tussen onbekenden te laten ontstaan. Zoals de treinen die door sneeuwval niet rijden, of een mooi festival met fijne muziek en lieve mensen.
Mensen van de Kaaij, enorm bedankt! Zie hier het filmpje!

 

Louterend Toeval

Bovenaan het strand kijkt een moeder met wandelwagen en rondkruipende peuter zoekend om zich heen. Haar blik vangt direct de mijne. “Sorry, ik wordt geroepen door iets anders,” fluister ik mijn gezelschap toe. Anne en ik hebben een middag heerlijk genoten op één van de Waalstranden. Dichtbij een baken op de rivierarmen waar met koeienletters in roze “Lief zijn” is gespoten.

Daarom houd ik zo van Nijmegen. Dit is de stad waar eigenzinnigheid en saamhorigheid hoogtij viert, prachtig geïllustreerd door liefdevolle graffiti. In ons Nijmegen stellen we ons de vraag: “willen we meer of minder Liefde?” Het antwoord staat geschreven op de talloze verloren muren, elektriciteitskastjes en verborgen hoekjes. Het is de stad waar je een raketijsje kan verdienen als je alle verstopte kaboutertjes genaamd Wally kan traceren. Het is de stad met het meest progressieve en solidaire college van burgemeester en wethouders. In Nijmegen bouwen we pas écht bruggen zoals de Oversteek en krijgt initiatief van onderop alle ruimte, zoals bij het Honigcomplex, de voormalige soepfabriek. 

We zijn gevlucht voor het naderende onweer. Op mijn verzoek. Ik ben bang van bliksem en donder. Ja, dat durf ik gerust hier te zeggen. Eens las ik een artikel dat de kans groter is om getroffen te worden door de bliksem dan de hoofdprijs in de staatsloterij te winnen. “Man dodelijk getroffen door onweer,” las ik diezelfde week in de Gelderlander. Sindsdien gaan mijn knietjes beven bij bliksemschichten. Dus toen donkere wolken zich samenbalden boven onze hoofden, zijn Anne en ik verkast richting het strandje onder de Waalbrug, waar mijn aandacht werd gegrepen door deze moeder met haar wandelwagen.

“Kunnen we iets voor u betekenen?” Dat bleek zo te zijn. Moeder Silvia had een dag heerlijk met haar dochtertje van 2 doorgebracht aan het strandje, maar nu was het drinken op. Of we wat water of vruchtensap over hadden. Geen probleem. Terwijl Anne een gesprek aanknoopte met moeder Silvia over zingeving en spiritualiteit, probeerde ik contact te leggen met het meiske van twee.

Een dotje. En heerlijk kinds. Alsof een astronaut voor het eerst op Mars was geland, zo zag de kleine Sophie het strand en het water. Het losse zand dat tussen de vingers doorglipt, de voetafdruk die je kan achterlaten in de natte grond, de bal die niet meer stuitert en ineens stil blijft liggen. Ineens voelde ik het kind in mezelf naar boven komen. Sophie was in eerste instantie een beetje schuchter; een hele gezonde reactie. Maar langzaamaan kregen we dikke schik met elkaar. We gingen zand overgooien, net doen alsof onze voet of hand door het strand was opgegeten, hoog gooien met de blauwe bal en ver duiken om hem te pakken. Dikke pret en tot mijn verrassing had ik de tijd van mijn leven. Om weer te kunnen voelen hoe het is om onbevangen in het leven te staan, te genieten van het hier en nu, de complexiteit en grote-mensen dingen volledig los te laten en gewoon te lachen. Sophie’s choice; ik werd er blij van. Moeders stond perplex. “Normaal maakt ze nooit zulk intiem contact met een vreemde, dit is echt bijzonder!”

Het water had een grote aantrekkingskracht op Sophie. Samen liepen we richting het water, haar knuistje geklemd om mijn pink; zodat haar ganzepas enigszins stabiel bleef. We renden weg van de golven die binnenvaartschepen opwierpen, maar genoten van de watertinteling aan de tenen. Toen er echt een hele grote golf kwam, heb ik haar opgepakt en naar moeder gebracht. Sophie vond het allemaal dikke prima. Tot zover een leuke middag met dito ontmoeting, and that’s it. Later bleek dat Sophie op exact dezelfde dag als ik was geboren, 2 november. Beiden Schorpioen, met als element water. 

Gewoon toeval van 1 op 365 zouden de wiskundigen onder ons beweren. Ware het niet dat ik frappant veel van dit soort gebeurtenissen de laatste tijd meemaak, die – zeker naarmate men verder associeert – te bizar lijken om aan het toeval overgelaten te worden. De eerste maal dat ik aan het fenomeen “toeval” begon te twijfelen, was bij de uitvaart van mijn moeder. Na wat heen en weer gezoek, kwamen mijn grootouders uit bij Augustijns Centrum de Boskapel om de uitvaartplechtigheid te houden. De dienstdoende pater bleek een oude bekende van de familie in Tilburg. Goh. Toevallig.

De laatste tijd interesseer ik me meer en meer voor filosofie en met name de oneindigheidsleer. Symbool daarvoor staat de omgekeerde 8 of lemniscaat. En laat nu net Dries van Agt (vat u hem?) één van mijn grootste inspiratiebronnen zijn…

En zo zijn er tal van ervaringen te noemen die de revue zijn gepasseerd, die ik niet louter aan het toeval wens toe te schrijven; onwaarschijnlijk als ze zijn. “Het heeft zo moeten zijn,” denk ik eerder. Niks is uit te sluiten, zeker toeval niet. Ik kan niet beweren dat achter alles een goddelijke bedoeling schuilgaat, maar het oneindige geloof in toeval is allang verlaten. 

Eenmaal kom je tot de conclusie. Toeval is een illusie.

Verborgen en verwaterd

Blijkbaar ben ik niet zo’n open boek als het mijn eigen gevoelsleven betreft. In mijn vorige bijdrage heb ik uitvoerig beschreven hoe ik na enkele hectische maanden, overbelast en vermoeid een periode van rust heb moeten inbouwen.

Het is een uiterst leerzame fase in mijn leven. Stukje bij beetje ontdek ik hoe mijn psyche werkt en wat ik nodig heb om langetermijn-geluk na te streven. Het voelt soms wat onwennig en dus ongemakkelijk om ingesleten patronen te doorbreken, maar zodra ik merk hoeveel nieuw gedrag me oplevert, lukt het me dit vaker toe te passen. Naast het feit dat ik zeer gevoelig ben voor prikkels, kan ik ook ondoorgrondelijk overkomen voor mensen dicht in mijn omgeving.

Het element waar ik me het meest in thuis voel, is water. De zwaartekracht drukt minder zwaar op je schouders. Het water vormt een zachte filter tussen mij en de rest van de wereld. Daarom ben ik graag plaatjesdraaier, fotograaf of filmpjesmaker; want dan kan ik een apparaat tussen mezelf en de buitenwereld plaatsen en mijn eigen comfort-zone creëren.

De neiging om de hele wereld te willen omvatten en anderen vrolijker te maken, zit diep ingebakken. Dan filosofeer ik met vreemden graag over de zin van het leven. Of ik knoop gesprekjes aan met kinderen, die nog zo onvervalst puur kunnen reageren. Voorbijgangers in de lift en de winkel tover ik een lach op hun gezicht. Zo fladder ik van hot naar her. Zie het als een vlinder, die van bloem naar bloem fladdert – ongrijpbaar en schijnbaar chaotisch.

Soms blijf ik langer op een bloem zitten en wil ik niet gestoord worden. Dan kan ik helemaal opgaan in mijn plannen en creaties. Beelden van nieuwe beeldmerken, een op te richten stichting of het boek wat ik ooit nog wil schrijven, schieten van links naar rechts in min hersenpan. Al wandelend of fietsend ben ik zo filmpjes aan het monteren, wonderlijke volzinnen aan elkaar aan het rijgen voor een boek of het begin van een schilderij te visualiseren. Een lading creativiteit die zoekt naar een uitlaatklep.

Compleet afgesloten van de buitenwereld ben ik als de indrukken me te veel zijn geworden. Of als ik verlang naar rust en stilte om tot mezelf te komen. Dan zet ik muziek op en ben ik onbereikbaar. Mijn cocon-momentje of TVL: Tijd voor Louis.

Delen is mijn tweede natuur. Dus regelmatig post ik iets op Facebook. Wat mensen van mij zien op Facebook of al fladderend in real-live is niet de gehele Louis, het zijn stukjes van mezelf die ik laat zien. Daarom is het niet minder oprecht of gemeend. Vaak speel ik dan met woordjes en beelden, om toch een klein doorkijkbaatje te geven in mijn ziel. Echt contact met me maken op zielslieveling, dat laat ik alleen toe bij een klein gezelschap van vertrouwelingen. “Ik presteer, dus ik ben,” is wellicht onbewust mijn levensmotto geworden. Er gewoon zijn zonder franje is voor mij vaak een schier onmogelijke opgave. Toeters en bellen, de vleugels willen uitslaan en doorfladderen, ik kan me goed voorstellen dat sommige mensen willen weten wat er nu echt in me omgaat. Ik heb veel verlies gekend in mijn leven en ben stiekem bang weer verlaten te worden als ik mijn complete zelf ben. Daarom heb ik dat muurtje om me heen nodig, bouw ik filters in. Dat is geen overlevingsstrategie, het is mijn manier geworden om met het leven te kunnen omgaan.

Gelukkig heb ik veel lieve mensen om me heen, die ik helemaal toelaat. Ze prikken soms door, voelen me goed aan en houden me een spiegel voor, waardoor ik meer wijze levenslessen kan opdoen.

Dit weekend heb ik heerlijk genoten van een strandweekend bij Wijk aan Zee met een lieve en goede vriend. Ik begin helder te krijgen wat ik de komende tijd met mijn leven wil en wat er voor nodig is om dat goed te organiseren. Mijn huis is weer netjes aan kant, ik heb uitlaatkleppen gevonden om mijn creativiteit de ruimte te geven, ik zeg steeds vaker nee en durf mezelf en mijn gezondheid op de erste plaats te zetten. Zo gaat het met stapjes vooruit.

Langzaam keer ik terug op aarde. En ik heb alle tijd.

Getormenteerd en getalenteerd

Veel mensen vragen zich af hoe het nou met mij gaat. Na het afronden van mijn bescheiden bijdrage bij de vorming van een nieuw stadsbestuur, werd via Facebook kenbaar gemaakt dat ik compleet was ingestort en hulp van mijn netwerk goed kon gebruiken. De overweldigende hoeveelheid aan reacties en de daadwerkelijke steun die ik de afgelopen tijd heb mogen ontvangen van dierbaren, vervullen mijn gemoed nog dagelijks met grote dankbaarheid. De hoogste tijd voor een update en enkele beschouwingen in retroperspectief.

De laatste maanden heb ik kennis gemaakt met het “stemmetje in mijn hoofd.” Nee, ik ben niet schizofreen of leidt aan waanbeelden; ik doel op het fenomeen dat we ook als zijnde intuïtie definiëren; of ‘luisteren naar je hart.’ Na een politieke bijpraatsessie met leden liep ik een maand geleden oververmoeid de Grote Straat naar beneden, hunkerend om in de nabijheid van de rivier te zijn. Bruggen, rivieren en oevers heb ik altijd al een schitterend beeld gevonden, zeker in de voorjaarszon. De Waalkade is een heerlijke plek om te dagdromen, te mijmeren of om met je geliefde te flaneren.

Mijn oogleden vielen zwaar over mijn irissen en mijn hersenpan kolkte volop. In korte tijd heb ik zoveel indrukken moeten verwerken. Ontmoetingen met zeer intelligente en creatieve geesten, simultaan schaken tijdens de coalitieonderhandelingen en het bestieren van alle andere activiteiten waar ik nauw bij betrokken ben. Zoals het lokale energiecollectief NovioVolta, het begeleiden van multiproblemgezinnen, het verspreiden van geluk via filmpjes en levensecht straattheater, de oprichting van een coöperatie in de 2e lijns begeleiding en ga zo maar door.

Mijn nek zat muurvast; letterlijk teveel op de schouders genomen. Een patroon dat zich al jarenlang zeer hardnekkig manifesteert in mijn leven. Als maatschappelijk werker weet ik vaak mezelf goed een spiegel voor te houden – en dan nog ga ik soms door. Totdat ik er zowat bij neerval. Weldra rust er dan zoveel hooi op de vork, dat de steel welhaast bezwijkt onder het gewicht. Ook tors ik een heftig verleden vol verdriet met me mee. Het verlies van mijn moeder en broertje die me onverwacht en definitief zijn ontvallen, houdt me iedere dag nog bezig. Ik geloof graag dat er nu twee engeltjes op mijn schouder zitten die over me waken. Maar o – wat kan ik ze op momenten enorm missen.

Het leven heeft mijn ziel getekend met littekens die betekenis hebben, figuurlijk getatoeëerd met ervaringen die ik me nog letterlijk voor de geest kan halen; kenmerkend voor een visueel ingestelde creatieveling. Tegelijkertijd lag mijn gevoelsleven behoorlijk overhoop. Ik had mezelf danig verwaarloosd en ook richting mijn dierbare vrienden en familie heb ik het regelmatig laten afweten, ben ik beloftes niet nagekomen. Wroeging, schaamte en spijt vochten om voorrang. Daarnaast  ben ik ook trots op mezelf dat ik in toenemende mate het positieve verschil kan maken en mijn talenten in razend tempo aan het ontwikkelen ben. Een paar jaar geleden was ik diep vanbinnen bang dat mijn ziel teveel littekenweefsel had verzameld en mijn hart zoveel scheuren had opgelopen, dat ik nooit meer onbezorgd gelukkig zou kunnen worden. Intensieve therapie heeft me van het tegendeel overtuigd en sindsdien kies ik er elke dag bewust voor ten volle te leven en er uit te halen wat er in zit.

In die intrinsieke wilsovertuiging schuilt de werkelijke kiem van mijn recente “burn-out,” zoals je het zou kunnen noemen. Alles willen meemaken, de hele wereld willen redden en de complexiteit van het hele bestaan willen overzien en bij benadering begrijpen, het is een ondoenlijke opgave voor elk persoon. Het is een kleine stap van “De Wereld Draait Door” naar “Louis draait door.” Eten en slapen vond ik maar tijdsverspilling. Liever ging ik nachten lang doorhalen om filmpjes te monteren, belangenorganisaties te bellen, mensen te helpen of ietsje gelukkiger te maken, nieuwe ondernemingen op te richten en te brainstormen met zielsverwanten.

Na de gemeenteraadsverkiezingen had ik mijn intrek genomen in de “West Wing” (hoe toepasselijk) van creatief centrum de Lindenberg, waar meerdere zelfstandige ondernemers een werkruimte delen. Combineer een impulsieve, creatieve alleskunner zonder interne rem met enorme dadendrang eens met de hectiek van verkiezingen en de druk van coalitieonderhandelingen en zie: een overkookte cocktail dat op exploderen staat.

Mijn eerste toevluchtsoord was de “Opoe Sientje” – een binnenvaartschip omgebouwd tot woonboot annex bed & breakfast annex jongerensoos. Havenondernemer Leon Berkers ving me op en stelde een hut op zijn boot ter beschikking om letterlijk te “crashen.” Mijn allerliefste en dierbare vriend Pascal kwam me die avond opzoeken.  Ik was helemaal op en dat was aan me te zien. Tijdens een intens confronterend gesprek prikten ze dwars door me heen. Overmand door emoties vluchtte ik naar mijn hut. In de moed der wanhoop gaf ik Pascal toegang tot mijn facebook. Na een mooie, bescheiden roep om hulp stond Ricky voor me klaar. Een andere dierbare vriend die ik in het verleden had mogen helpen en nu als eerste voor me klaar stond. Hij ging dichtbij me slapen om me een basaal gevoel van verbondenheid met het hier en nu te geven en ik nam een bad.

Om 2 uur werd zat ik ineens klaarwakker rechtop in bed. Op kousevoeten ben ik stiekem het schip afgegaan en me begeven richting de Ooijpolder. Op de wiebelbrug kwam ik twee jonge mensen tegen die net een lekker kamvuurtje hadden gestookt; daar leende deze warme lentenacht zich namelijk uitstekend voor. In 10 minuten heb ik ze met mijn sjaal de Zin van het Leven uitgelegd, de essentie van de oneindigheidsleer en de basale principes van “Ubuntu” – een humanistisch filosofische stroming uit Afrika. Volgens mij (maar pin me er niet op vast) was deze korte performance magistraal.

Een rij bomen en wat koeien verder, strandde ik op een verzameling jongemannen van mijn leeftijd. Het was Koningsnacht en hun wangen waren blauw – wit – rood geverfd. Hun oorspronkelijke plan was om in Nijmegen het uitgaansleven te verkennen maar al snel besloten ze een fikkie te stoken aan de oever van de rivier. We togen het bos in om hout te sprokkelen. Een geweldige ervaring, zo in het donker tussen de bomen zonder enkel oriëntatiepunt behalve je makkers die je net hebt ontmoet. Ik zal dat gevoel nooit vergeten.

Teruggekomen met een stuk of twintig bomen aan takken hebben we een geniaal vuur aangelegd. Toen bleek dat één van hen een dakloze jongen was, die ze toevallig waren tegengekomen. Samen waren we een bonte verzameling aan getormenteerde zielen; onze lijven verwarmend aan het vuur en het samenzijn. Ze rookten een pretsigaret (ik niet), we dronken een biertje en biechtten elkaar ons verleden op. Mishandeld door pa, zorgend voor een gehandicapte zus, het huis uitgeschopt door de stiefmoeder en dus moeder en broertje verloren; allemaal hadden we zo ons verlies genomen in het leven dat in al haar willekeur steeds moeilijker te begrijpen of te rechtvaardigen is. Hun mobiele nummers schreven ze met koningsdagschmink op mijn onderarmen. We hebben gedanst bij de zonsopgang, met de dakloze jongen als gelegenheidsplaatjesdraaier. “Op het leven” riepen we welgemeend wanneer onze glazen elkaar raakten onder de oranje gloed die scheen op de Waalbrug.

Hoe ik precies weer terug op de boot ben beland is me een raadsel. Rond 12 uur werd ik barstend van de koppijn wakker. De kater, de burn-out verschijnselen, het intense verdriet en gemis; alles kwam er in alle hevigheid uit. Ik heb letterlijk tegen de muren en het plafond gebonkt, gejankt, gekronkeld. Wat was ik blij dat ik een dergelijk intens emotioneel moment solitair en afgezonderd mocht ondergaan; het zal geen prettig gezicht zijn geweest.

Stiefelend over de achtersteven bereikte ik Sanne en fluisterde dat ik een dokter nodig had. Pascal kwam polshoogte nemen en wist wederom op geniale wijze de systeemwereld naar zijn hand te zetten. Een uurtje later kwam een arts met psychiatrisch verpleegkundige de kade op rijden en ik mocht ze ontvangen in mijn tijdelijke hut. De voorloper van de Nijmeegse psycholance, zeg maar. Tja, diagnosticeer maar eens een dergelijk geval. Natuurlijk was ook ik expert in het gezondheidswereld en het systeem van hulpverleners als gezinsregisseur. Het moet een bijzondere ervaring zijn geweest voor deze hulpverleners. Ik zie de jonge SPV-er nog verdwaasd om zich heen kijken in de schippershut, zich afvragend hoe hij in godsnaam zo’n zetting is beland om eerste hulp te verlenen. Voor hem ligt een persoonlijke brief aan oud minister-president van Agt, getooid met een waaier van Eigenwijsjes – kaartjes met positieve spreuken. Op de vestzak van mijn colbert prijkt een glinsterende vlinder-sticker; een symbolische manier om uit te drukken dat ik van hot naar her wil fladderen, geluk en wijsheid verspreidend. Het is een lieve arts, gelukkig – maar ze heeft net teveel woorden nodig om uit te leggen hoe het systeem werkt. Want dat weet ik al, dus saai! Een uitweg vind ik door een sigaretje te roken en Pascal handelt de rest af.

Het voelt verloren en ontheemd om zoveel eigen regie af te staan in korte tijd. Ik heb de touwtjes even niet meer in handen en dat maakt zenuwachtig, maar ook berustend. Kome wat komt; na al het geven mag ik ook eens wat ontvangen. Voor de nodige medicatie moet er nou eenmaal een labeltje op me geplakt worden. Terloops en halfbewust merk ik wel dat het etiketteren is aangevangen, maar ik heb er de kracht niet meer voor om zelf het proces zo te leiden dat het voor mij comfortabel aanvoelt. Uiteindelijk krijg ik een anti-psychoticum voorgeschreven. Mijn dierbare politieke mentor Noël pikt de medicijnen op en brengt ze naar het schip. Welk stickertje er op mijn voorhoofd geplakt kan worden, doet er eigenlijk niet toe. Het effect  is dat de prikkels in je hoofd worden gedempt en al snel blijk ik baat te hebben bij de medicatie.

Nog een ontdekking van de afgelopen periode: ik blijk hyper-sensitief te zijn. Het getik van een theelepeltje meters verderop kon er al voor zorgen dat ik de draad van het gesprek verloor. Emoties en spanningen bij mensen samen in één ruimte voel ik haarfijn aan. Sterker nog: daar ga ik direct op afstemmen in mijn contactlegging en communicatie, in de hoop een positief verschil te kunnen maken. U zal begrijpen dat dergelijke exercities veel van mijn vermogens vergen.

Bij mijn peetoom en tante ben ik verder tot rust gekomen. Ik genoot van het contact met mijn neef en petekind. Kinderen kunnen de wereld zo heerlijk decomplexiseren en met enkele rake opmerkingen terugbrengen tot een schitterende eenvoud. De strandwandelingen deden me ook goed, net als het contact met de hond Ronja. Huisdieren voelen zo goed aan hoe je je voelt; wat dat betreft zijn kinderen en huisdieren een ideale spiegel om je gemoedstoestand in terug te herkennen.

Later landde ik bij Pascal zelf; een heel fijn huis vol rust en nostalgie in het centrum van Nijmegen. Hoogtepuntje was het gastoptreden bij het radioprogramma “De Stem van de Stad” op N1. Het was én moederdag én de Dag van het Levenslied én de dag dat NEC haar laatste adem uitblies in de eredivisie voor dit jaar. Ingetogen zong ik “Verdronken Vlinder” van Boudewijn de Groot de ether in, mocht ik het coalitieakkoord duidden en vertellen over mijn nieuwe beroepen als geluksmakelaar en vrijetijds-filosoof. Of de uitreiking van de Vrede van Nijmegen-penning, gezeten achter Dries van Agt en naast de rector van mijn voormalige school het Stedelijk Gymnasium. En waar ik mocht kennismaken met de burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen en oud-minister Ben Bot. De ontmoeting met het kunstenaars / filosofieduo Adelheid en Huub Kortekaas staat me ook nog helder voor de geest. In mijn thuisstad Nijmegen zijn er zoveel indrukken om op te reageren; de onrustige vlinder in mij wilde weer los; juist nu ik aan het bijkomen was. Gelukkig voelde Pascal dit haarfijn aan en gaf hij me het sein om te vertrekken, de stad uit.

Zo kwam ik terecht bij mijn pleegmoeder Marian; één van de lieve mensen die me in het verleden een dak heeft geboden toen ik het nodig had. Een fijn onderkomen. De volgende stop werd het zalige landschap van de Kempen bij Moona en Soheil. Deze Iraanse vrienden heb ik in huis genomen toen ze daar het AZC en de IND op straat werden gezet. Nu wonen ze in het pittoreske Brabantse dorp Bladel en spreken ze inmiddels een aardig woordje Nederlands. Zelden heb ik me zo op mijn plek gevoeld. De cirkel is rond. Moona en Soheil kunnen nu op hun beurt wat voor mij betekenen. De natuur in al haar schoonheid is nabij. En ik kan me afsluiten en contact maken wanneer ik dat wil. Terloops help ik ze met het inburgeren in de Nederlandse taal en gebruiken, met een grapje en een grolletje hier en daar. Want humor is o zo belangrijk voor het broodnodige relativeringsvermogen en lichtvoetigheid.

Met pijn in het hart en tegelijkertijd een gevoel van opluchting en bevrijding heb ik afscheid genomen van enkele verplichtingen en activiteiten. Goed nagedacht heb ik over de tekst waarmee ik mijn voorlopige vertrek uit de lokale politiek heb bekendgemaakt. Energie heb ik nog gestoken in het maken van een afscheidsfilm voor de vertrekkend wethouder Jan van der Meer en het afsluiten van een multiproblem-gezin dat ik heb begeleid.

Bij een voetbalevenement kent Nederland opeens 16 miljoen bondscoaches. Zo werkt het ongeveer ook als je open bent over je psychische gesteldheid. Zeer goedbedoeld en welgemeend ontving ik opeens allerlei analyses en behandeladviezen van mensen dichtbij en veraf. Enerzijds voelt het enorm bevoorrecht om zoveel liefde en zorgen te ontvangen, anderzijds had en heb ik last van deze “bemoeienis.” Ik ken mijzelf als geen ander. Stukje bij beetje pak ik de draad van het leven weer op en neem ik de regie weer in eigen hand. Ik reis af en aan langs rustoorden bij vrienden, om dan weer in Nijmegen te zijn waar ik zakelijke en idealistische praktijken verder kan ontplooien. Om de week heb ik een goed gesprek met mijn huisarts, die goed een vinger aan de pols houdt. Het komt goed, dat zegt mijn innerlijke stem. Mijn intuïtie heeft me de afgelopen tijd veel gebracht. Nu durf ik te vertrouwen op dat stemmetje diep vanbinnen die me de weg wijst. Ik heb geleerd dat deze innerlijke stem meer aanwezig is dan ik dacht en me altijd de goede richting op stuurt met zachte hand.

De geluksmakelaar en vrijteijdsfilosoof Louis zal in 2014 nog regelmatig van zich laten horen. Deze ingelaste retraite gebruik ik ook om in alle rust mijn plannen en ondernemingen op idealistische leest geschoeid, verder vorm te geven. Ik laaf me aan de biografie van dhr. van Agt, die qua persoonlijkheid frappant veel op me lijkt. Maar toeval en tijd zijn slechts subjectieve werkelijkheden, die objectief gezien misschien niet eens bestaan. Ik geloof in elk geval dat elke ervaring in mijn leven een bedoeling heeft gehad, die zich later openbaart.

Over enkele ogenblikken zijn vallende sterren waar te nemen aan de hemel, vlak nadat ik dit blog heb geschreven. Natuurlijk wens ik iedereen alle wijsheid en geluk toe. Kijkend naar die vallende sterren hoop ik een hand van Marieke en Daniel te ontwaren; als teken dat ze nog met me meereizen in deze turbulente tijd. Ik hoop dat met de sterrenstof ook wijsheid neerdwarrelt; wat ons doet beseffen dat we zuinig moeten zijn op deze aarde, waar we slechts te gast zijn.

Ik wil ten diepste en ten volle dat ieder mens zichzelf kan zijn en geluk vindt. Volgens mij zijn we allemaal gelukszoekers en is dat wat ons als mensen met elkaar verbindt, hoe verschillend we ook zijn. Alleen op jezelf aangewezen zijn, daar wordt niemand gelukkig van. Je hebt elkaar nodig om je talenten te ontdekken, om opgevangen te worden als pech je mocht treffen, om te accepteren dat geen mens zonder gebreken blijft – en om te worden wie je bent en zoals je bent bedoelt. Een wereld waarin we durven te dromen, buiten gebaande paden durven te gaan en durven te delen. Samen kunnen we bouwen aan een toekomst waar iedereen zich thuis in mag voelen.

En voor mezelf bid ik vooral om natuur en liefde. Of zoals mijn huisarts het zegt: rust, regelmaat en reinheid. Die begrippen ben ik nu opnieuw aan het ontdekken en ik knap er zienderogen van op!

Ik heb inmiddels heel wat stenen verlegd in een rivier op aarde. Nu ben ik aan het leren om mezelf niet te vergeten. En die dakloze jongen? Die heeft inmiddels onderdak gevonden.

Hoogste tijd voor een zakenkabinet!

Acht oktober 2104. Naast onze Koning staat minister-president Herman Wijffels op het bordes. Hij presenteert het nieuwe zakenkabinet dat ons land door deze woelige tijden gaat loodsen. Deze ministers hebben hun sporen ruimschoots verdiend door diverse maatschappelijke functies te bekleden. Partijpolitiek en kadaverdiscipline zijn opeens ondergeschikt geraakt aan het landsbelang. Creativiteit, de tijdsgeest goed aanvoelen, écht contact kunnen maken met diverse groeperingen, out of the box-denken, invoelingsvermogen en openstaan voor verandering: dat waren in essentie de belangrijkste competenties waarop deze bestuurders zijn gescout. De politieke kleur deed er eigenlijk niet zoveel toe.

Ondenkbaar is dit scenario niet. Het uitruilkabinet van de VVD en de PvdA heeft sterk aan geloofwaardigheid verloren; zoals aangetoond door de uitslag bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het cement in de polder met de driehoek werkgevers, werknemers en overheid brokkelt langzaam af. Vooral de plannen van de PvdA worden met hoon ontvangen. Burgemeesters in tientallen gemeenten roeren zich over zaken zoals het kinderpardon en het gedoogbeleid omtrent softdrugs. Elk kabinet moet kunnen bouwen op een minimum aan krediet bij de bevolking. Dit draagvlak is noodzakelijk om hervormingen in samenwerking met betrokken partners fatsoenlijk door te voeren.

Niet alleen in de samenleving, maar ook in de politiek zélf ontbreekt het dit kabinet aan voldoende krediet en geloofwaardigheid. Oppositiepartijen verenigd in “de constructieve 3” laten zich niet zomaar de kaas van het brood eten. D66, ChristenUnie en SGP verhogen hun eisenpakket, telkens als de coalitie hen nodig heeft voor een meerderheid in de Eerste Kamer. En dan nog is een meerderheid in de senaat bijzonder broos, zoals PvdA senator Adri Duijvenstijn aantoonde bij het woonakkoord.

Beloftes en garanties afgegeven door politici worden telkens teniet gedaan. Geen wonder dat de kiezer de politiek in toenemende mate wantrouwt. Rutte had groot gelijk met de zin: “garanties krijg je alleen op stofzuigers.” Eigenlijk kan je in de politiek maar één belofte maken en dat is beloven je best te doen – en meer niet.

De grootste hervormingen moeten nog door de Eerste Kamer. Dit betreffen de grootste stelselwijzigingen sinds de Tweede Wereldoorlog; zoals de Participatiewet en de Wet Langdurige Zorg. Als het kabinet rigide blijft vasthouden aan de decentralisatiedatum van 1 januari 2015 en de ingecalculeerde bezuinigingen, dan staat ze nog een hete lente én herfst te wachten. Volkomen terecht maakt men zich grote zorgen over deze ontwikkelingen, omdat het vangnet voor kwetsbaren met de huidige opstelling van de coalitie ontegenzeggelijk grote scheuren zal gaan vertonen waardoor grote groepen mensen tussen wal en schip dreigen te vallen.

Op 22 mei mag de Nederlandse bevolking opnieuw naar de stembus voor de Europese verkiezingen. De PvdA en de VVD zullen wederom een indirecte motie van wantrouwen aan de broek krijgen van de Nederlandse kiezer. Het is maar sterk de vraag of de coalitie het tij kan keren voor de provinciale verkiezingen, die ook de samenstelling van de Eerste Kamer bepalen. Ik zie het niet gebeuren, hoezeer de economie ook aantrekt.

Met de beste wil van de wereld kan ik geen constructie verzinnen waarmee dit kabinet de rit kan volmaken. Partijdiscipline en bovenal gehechtheid aan het pluche lijken vooralsnog zwaarder te wegen dan het algemene (lands)belang. Electorale concurrentie op de flanken zet de tegenstellingen tussen VVD (vreest kiezers kwijt te raken aan CDA, D66 en PVV) en de PvdA (bang kiezers te verliezen aan SP, D66 en GroenLinks), verder op scherp.

Hoe nu verder? Logisch zou zijn voor de coalitie om het bijltje er bij neer te gooien en nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Maar dat gaat niet gebeuren én is niet verstandig. Een kabinet formeren afgaande op de huidige peilingen wordt een hels, zo niet onoverkomelijk karwei. Bovendien vertragen verkiezingen de hervormingen, die in gang zijn gezet en die op een fatsoenlijke manier en gematigd tempo doorgang moeten vinden om de overheidsfinanciën op orde te krijgen.

Hoogste tijd voor een zakenkabinet dus. Stel je het eens voor…Pure vakministers die hun meerwaarde al hebben bewezen door ervaring op te doen in relevante maatschappelijke functies én in de politiek. Want ervaring in het politieke bestel is ook nodig om staande te blijven in deze arena van tegengestelde belangen. Bestuurders en politici die aanzien genieten omdat hun ideeën en inzichten als geloofwaardig en verbindend beschouwd worden. Deze potentiële bestuurders kunnen met iedereen contact leggen, van bouwvakker tot hoogleraar en bankier. Zo worden pas écht bruggen gebouwd. Niet door geld en macht, maar door idealen en pragmatisme gedreven. Betrokken mensen met invloed en geloofwaardigheid. Een interessant gedachte-experiment.

Dan is niet de politieke partij, fractiediscipline of het plucheplakken nog langer leidend voor de afwegingen van de volksvertegenwoordigers, maar de inhoud en de dialoog. Elk plan wordt op zijn merites gewogen en het dualisme tussen uitvoerende en controlerende macht kan dan pas écht tot uiting komen. Een zakenkabinet kan gemakkelijk, zonder veel onnodig gedoe en vertraging geformeerd worden.

Dit kabinet van PvdA en VVD dienen collectief hun ontslagbrief in bij de Koning. De Tweede Kamer blijft zoals het is en benoemd een formateur; ik stel voor Herman Wijffels. Deze gaat zonder aarzelen aan de slag om vakministers te scouten met behulp van een competentieprofiel. Pecunia en het Bruto Nationaal Product zijn dan niet meer de enige graadmeter voor besluitvorming. We gaan dan meer sturen op Bruto Nationaal Geluk gecombineerd met degelijke overheidsfinanciën en goed rentmeesterschap voor de generaties na ons.

Mocht het ooit zover komen, dan wil ik de overheid graag wat belastingcenten besparen. Hieronder vrijblijvend een suggestie van mogelijke ministeries en bijbehorende ministers. Fijn weekend! En vergeet niet – na wolken en regen komt gegarandeerd de zonneschijn.

Herman Wijffels                    Minister-President, Algemene Zaken en Bankzaken
Femke Halsema                     Buitenlandse Zaken en Betrekkingen
Peter van Uhm                        Vrede en Verdediging
Jan Rotmans                          Duurzaamheid en Transitie
Jet Bussemaker                      Onderwijs en Onderzoek
Martin van Rijn                     Jeugd, Zorg en Lokaal Bestuur
Alexander Pechtold               Binnenlandse Zaken en Veiligheidsdiensten
Bram van Ojik                        Ontwikkeling en Samenwerking
Nils Roemen                           Welzijn, Geluk en Delen
Magda Berndsen                   Politie en Veiligheid
Marc Dullaert                         Participatie en Justitie
Sharon Gesthuizen                Cultuur en Kunst
Lodewijk Asscher                  Werk, Inkomen en Wonen
Jesse Klaver                            Financiën en Overvloed
Eric Wiebes                            Economie en Ondernemerschap
Mirjam Minnesma               Energie, Natuur en Milieu
Marianne Thieme                Wetenschap en Dierenwelzijn
Sander Terphuis                   Europa en Integratie
Neelie Kroes                          Privacy en Vrijheid

N.B. De eerste daden van het kabinet kunnen zijn; dhr. A. Van Agt benoemen tot Minister van Staat, 5 mei officieel bestempelen tot vrije dag, regulering van de wietteelt en de introductie van de gekozen burgemeester. En vervolgens komen de grote hervormingen die het aandeel Bruto Nationaal Geluk verder zullen verhogen.

Louis de Mast is geluksmakelaar en vrijetijdsfilosoof. Hij formeert coalities met gebruik van OMdenken en kan niet wachten op de samenvatting in de Korte Spondent. Wat hem betreft mag de verbeelding aan de macht. Louis is ook actief bij GroenLinks, maar dat is van ondergeschikt belang.

Waar is de Polderpiet?

zwarte piet

 

Vooruit. Dan doe ik ook maar een duit in de zak van Sinterklaas. Tot het uiterste heb ik me proberen te verzetten om me niet te mengen in de Zwarte Pieten-discussie. Maar ik erger me zo rood, groen of zwart aan de felle toon van het debat op de (sociale) media, dat ik me niet langer kan inhouden.

Sinterklaas is een onschuldig kinderfeest en ik geloof niet dat de vele gezinnen – kinderen in de laatste plaats – de intentie hebben Zwarte Piet te misbruiken om mensen te discrimineren op basis van afkomst of huidskleur. De bedoeling er achter is goed, heeft niks met racisme te maken en ik hoop dat de tegenstanders van Zwarte Piet dat ook begrijpen. De link Zwarte Piet –> neger had ik als kind nooit gelegd, het zijn volwassenen die deze lading er aan geven. Piet deelt pakjes uit en behoedt Sinterklaas voor gevaren, een slaaf heb ik nooit in hem kunnen ontdekken. De woorden van Verene Sheperd (wel of niet namens de VN) stuitten me ook tegen de borst: “aan één kerstman moeten we toch genoeg hebben als Nederlanders?”

Nee! Het Sinterklaasfeest hoort net zo goed bij Nederland als vieze-schetengrappen bij Gordon. De mascotte van Coca-Cola heeft niks te maken met onze Nederlandse traditie. En ja, ik hecht waarde aan deze traditie. Zozeer, dat ik nu ben gaan inzien dat het beter is om deze traditie aan te passen aan de maatstaven van nu.

Het fenomeen “Zwarte Piet” kan door sommigen als kwetsend worden ervaren. En eerlijk gezegd heb ik daar ook onvoldoende bij stilgestaan. De karikatuur van een “neger” (rotwoord) dringt zich op en het is te begrijpen dat mensen zich enorm storen aan deze folklore. Niet de intentie, maar de figuur Zwarte Piet kan Nederlanders met een donkere huidkleur nodeloos grieven. De wetenschappelijke bijdragen aan deze discussie tonen aan dat Zwarte Piet in oorsprong niet zijn kleur ontleent aan het roet van de schoorsteen, maar aan zijn afkomst als slaaf. Die overigens door Sinterklaas uit de ketenen werd bevrijd, zo meldde een oplettende lezer van de Volkskrant.

“Zwarte Piet is racisme” prijkte op het T-shirt van Quincy Gario tijdens een Sinterklaasintocht. Met veel poeha werd hij door de politie weggesleurd. Het doet denken aan Joanna die het bord omhoog hield met “Het is 2013” als protest tegen de monarchie –  en vervolgens ook door de platte petten hardhandig werd afgevoerd. Is de vrijheid van meningsuiting hier niet in het geding? Waarom hoor ik daar niemand over? En waarom reageren we zo allergisch als tradities ter discussie worden gesteld? Het hoeft geen fijne mening te zijn en het kan je enorm irriteren. Dat is het hele idee van een democratie. Deal with it, leef met de mening van de ander. Je mag je er enorm over opwinden, maar grijp dan ook de kans om een andere opinie daar tegenover te zetten – liefst met argumenten gefundeerd.

Het zijn de extreme tegenpolen die alle aandacht opeisen in dit debat. Het is OF zwart (“blijf met je tengels van ons feest en Zwarte Piet af”) OF wit (“het hele Sinterklaasfeest moet worden afgeschaft”). De inbreng van felle voor en tegenstanders tijdens opinierende TV-programma’s als Pauw en Witteman en Debat op Twee voeden de mythe dat we niet meer in grijstinten kunnen denken en de nuance volledig hebben verloren. Dat is niet wat ik om mij heen hoor. Ja, we willen het Sinterklaasfeest blijven vieren met een Piet. En ja, we willen die Piet aanpassen om rekening te houden met de gevoelens van enkele mensen, die we willen respecteren.

Waar blijft de Polderpiet? De Piet die een brug wil slaan in een gepolariseerd debat, waar de gemiddelde Nederlander eerder bereid is zich in te leven in een tegengesteld standpunt, dan de roeptoeters op het Malieveld en de hijgerige programmakers op het Mediapark?

Zijn naam is Erik van Muiswinkel, ook bekend als hoofdpiet. Minder knecht, minder zwart, meer Piet.

Na een verschrikkelijk verhitte discussie bij Debat op 2  waar voor én tegenstanders elkaar continue onderbraken, slechtte de jonge puber Malou de schijnbaar onwrikbare tegenstelling. “Je kan toch ook op het Sinterklaasjournaal vertellen dat er een wit Pietje is geboren? Alle kinderen zouden het geloven.” Gelijk werd er geroepen uit het publiek: “dat is toch racistisch?”

Waar is het inlevingsvermogen, de grijstinten, het begrip? “Ja, ik snap dat je het Sinterklaasfeest viert uit nobele bedoelingen zonder dat er een greintje racisme aan te pas komt. Dat traditie en een nationaal sprookje waardevol is. Begrijp je ook dat zo’n karikatuur me als kleurling kan kwetsen?” En andersom precies hetzelfde. “Ja, ik zie de woede van Antilliaanse en Surinaamse Nederlanders die ageren tegen het fenomeen Zwarte Piet. En dat dit fenomeen geen recht doet aan de intenties waarmee we het feest willen vieren.”

Cru dat juist een Piet en een kind de meest verstandige opmerkingen plaatsen in een debat, waar volwassenen zich geen raad mee weten. Tenminste: de voor en tegenstanders van Zwarte Piet die in uitermate fel en ongenuanceerde bewoordingen denken voor een grote groep Nederlanders te spreken. Zelf denk ik dat het gemiddelde gezin het wel gelooft. De communis oppinio is veel barmhartiger, genunanceerder en toeschietelijker dan we denken. Net als Sinterklaas en Piet zelf – los van kleur of intentie. Groene Piet. Zwarte Piet. Rode Piet. Alles kan. Maar het sprookje van een goedheiligman en de Piet, die hun rijkdom delen met kinderen, blijft staan als een huis.

Een sprookje ontleent haar betekenis aan de vertellers en de luisteraars die er een eigen invulling aan geven. Een sprookje is niet in beton gegoten en kan opnieuw vormgegeven worden, zonder schade te doen aan de goedgelovigheid van kinderen. De roe is allang verdwenen, dus Piet kan zich blijkbaar aanpassen aan de tijdsgeest. De primaire doelstelling van een sprookje is kinderen een moraal mee te geven die helpt om “goed te doen voor iedereen.” Zodat we bij de laatste bladzijde kunnen zeggen: “eind goed, al goed – en iedereen leefde nog lang en gelukkig.”

Het opdringen van één waarheid kan nooit de uitkomst zijn van een nationaal debat over Sinterklaas. Dat heeft de Hoofdpiet goed gezien. En de kinderen al helemaal. Voor ons volwassenen blijft alleen nederigheid over voor de onbevangenheid waarmee deze collectieve leugen tegemoet wordt getreden.

Emancipatie vind je niet op de sociale werkplaats

Afbeelding

De SP en de vakbonden – die steeds meer met elkaar verweven raken – schreeuwen moord en brand over de bezuinigingen op de sociale werkplaats. Nederland gaf in 2012 een slordige 2,4 miljard uit in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en behoort daarmee tot de top van Europa. Deze uitgaven behalen niet het beoogde doel. Want felle tegenstanders van bezuinigingen op de WSW gaan voorbij aan het feit dat de sociale werkplaats eerder het tegengestelde bereikt dan waarvoor het is opgericht: de emancipatie van mensen met een beperking. Als maatschappelijk werker kom ik veel verhalen tegen van burgers die niet worden aangesproken op hun talenten en mogelijkheden. Gelukkig biedt de Participatiewet een beter perspectief.

Neem Henk, een volwassen man van rond de 60 met een lichte verstandelijke beperking – maar met veel sociale vaardigheden. Henk is heel joviaal en zit boordevol goede ideeën. Hij vroeg de wethouder waarom een beleidsplan over maatschappelijke ondersteuning van pagina’s dik vol ambtelijke taal, geen simpele versie kent zodat hij het ook kan begrijpen. Dit beleid gaat tenslotte over hem. En daar hadden de wethouder, raadsleden en ambtenaren nog niet aan gedacht. Zo zet hij zich vrijwillig in als voorzitter van Onderling Sterk, een belangenbehartigingsvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking. Henk werkt bij <Breed>, de sociale werkplaats in Nijmegen en omgeving. Elke ochtend om 7.00 uur wordt hij opgehaald met een busje om zeven dorpen verderop aan de lopende band kauwgom in te pakken in een snoepfabriek. Bezigheidstherapie. ’s Avonds om 17.30 uur is hij weer thuis en dan begint zijn vrijwilligerswerk.

Ik vroeg Henk of hij het naar zijn zin had op het werk, toen ik hem tegenkwam bij een wijkbijeenkomst. Er kwam een terneergeslagen blik over zijn gezicht. Hij werd er eerder depressief van. Aan de slag in het wijkcentrum zag hij wel zitten, al is het maar om koffie te schenken. Want Henk is een echt mensen-mens en zou veel meer tot zijn recht komen in een werkomgeving waar buurtbewoners samenkomen en sociale interactie plaatsvindt. Hij wil zich niet continue bewegen onder mensen met een verstandelijke beperking, maar mee kunnen doen in de maatschappij en het leven van alledag.

Ik geloof dat een werkplek die een beroep doet op je talent en kracht in belangrijke mate bijdraagt aan het algehele geluk en welzijn. Hopelijk vindt Henk een plek die beter bij hem past, maar het huidige systeem houdt hem min of meer gevangen op de plek waar hij nu zit. Beperking? Dan krijg je snel een stempel via een WSW indicatie en mag je aan de slag bij de monopolist – de sociale werkplaats in de gemeente. Het enige alternatief is een dagbestedingsplek, maar het nadeel daarvan is dat je geen loon ontvangt maar terug moet vallen op een uitkering.

Vier cliënten hebben de afgelopen maanden bij me aangegeven zich niet langer prettig te voelen op een dagbesteding of sociale werkplaats, omdat ze het simpele productiewerk te eentonig vinden en een verspilling van hun talenten. Ze willen liever aan de slag bij een fietsenmaker, een bloemist of in een verzorgingstehuis.

Staatssecretaris Klijnsma en haar ambtenaren werken momenteel hard aan de Participatiewet, die als hoogste doel heeft de integratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt te bevorderen. De contouren van deze wet worden steeds duidelijker. Er wordt een quotum ingevoerd om de werkgevers eindelijk over de streep te trekken en te dwingen gehandicapten aan te nemen. Men kan een beroep doen op een jobcoach om een geschikte werkplek te vinden en de passende begeleiding te organiseren. Het verlies aan arbeidsproductiviteit wordt financieel gecompenseerd. Een aanvulling op een WAJONG-uitkering behoort tot de mogelijkheden.

Gehandicapten verstoppen achter de muren van een sociale werkplaats is allesbehalve sociaal. Het is de hoogste tijd dat deze groep gaat emanciperen door te participeren. Meedoen in de maatschappij moet het uitgangspunt zijn. Het moet doodnormaal worden dat je bij de supermarkt om de hoek, het gemeentehuis en de bakker wordt geholpen door mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking. Erbij horen, meetellen en je talenten ontwikkelen: het zijn universele behoeften.

Is een quotum wel wenselijk en nodig om dat voor elkaar te krijgen? Ja, dat toont het verhaal van Stephan de Wit dat onlangs verscheen in de Trouw. Ondanks zijn visuele beperking heeft hij zich weten op te werken via de mavo tot jurist met een academische titel. Ondanks zijn kennis en vaardigheden, komt hij niet aan de bak bij een advocatenkantoor en valt noodgedwongen terug op een WAJONG-uitkering. Een quotum dwingt werkgevers eindelijk hun bijdrage te leveren aan de arbeidsparticipatie van gehandicapten.

De onrust die momenteel heerst bij de sociale werkplaatsen is ook begrijpelijk. Voordat het alternatief goed is opgetuigd, wordt er al bezuinigd op het oude systeem. En de totale bezuinigingsopgave van 1,8 miljard euro op het hele arbeids-gehandicaptenveld is simpelweg te fors. Minder begrotingsdrift zou het kabinet sieren, want onzekerheid is het laatste wat mensen met een beperking kunnen gebruiken. En hulpmiddelen om iemand een werkplek te bieden die recht doet aan zijn/haar talenten en beperkingen, kosten ook geld.

Maar de uitgangspunten van de Participatiewet zijn veelbelovend, zeker omdat de staatssecretaris enkele middelen levert om deze omslag mogelijk te maken, zodat gehandicapten meer uitzicht hebben op arbeid die beter aansluit bij hun talenten en behoeften.

Mijn droom is een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen naar vermogen mee kan doen. Zoals in het dorpje Ammerstol met een vergrijsd inwonertal van 1500 bewoners en gekenmerkt door een “ons-kent-ons” cultuur. Onlangs prachtig in beeld gebracht door het NCRV programma “Altijd Wat.” Ammerstol kent een hele bijzondere burgemeester mét een verstandelijke beperking: Ronald.

Het verdwijnen van de lokale supermarkt enkele jaren geleden sloeg een gat in de gemeenschap. De supermarkt was de ontmoetingsplek en sociale cement van deze plattelandsgemeente. Om het samenleven in het dorp een nieuwe impuls te geven, hebben de SPAR en een welzijnsstichting een uniek winkelconcept ontwikkeld. Ronald van Nes is nu volwaardig supermarktmedewerker. Hij vult de schappen en brengt de boodschappen tot aan de voordeur van de oudjes van dagen. De supermarktmanager is ongelofelijk trots op dit personeelslid: hij zegt iedereen goedendag. Iedereen kent Ronald. Ze noemen hem daarom ook wel “de burgemeester van Ammerstol.” Dat de bewoners wat langer moeten wachten voor de kassa omdat Ronald wat langzamer is, deert niemand. Want de sociale cohesie is terug in het dorp, dankzij de supermarkt waar mensen met een beperking tot hun recht komen. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

Louis de Mast is maatschappelijk werker in volkswijken en portefeuillehouder Sociale Zaken van DWARS – GroenLinkse Jongeren. Hij vindt dat iedereen een eerlijke kans verdient om mee te kunnen doen en heeft een broertje dood aan betutteling.